Homepage van Cyril Lansink

Direct naar inhoud

Menu
Home
Freelansink
Cyril Lansink
Contact
Cyril Lansink
cyril.lansink@hetnet.nl
Teksten
boekrecensies
de fiets
essays/artikelen
kindergedichten
taalkruimels
weblog
interviews

Het verloren land

‘Of D66 al dan niet in de regering moet, interesseert me geen bal.' Het innemen van partijstandpunten is niet aan hem besteed. ‘Ik schrijf geen stukjes om mijn lezers te vertellen of ze links of rechts moeten stemmen.' Cultureel-filosofische gedachten zijn hem liever dan aan de onmiddellijke actualiteit gebonden meningen. ‘Ik wil niet zozeer telkens weer bevestigen wat ik toch al vond, maar schrijvend ontdekken wat ik vind.' Misschien heeft Bas Heijne zich in zijn tweewekelijkse column op de opiniepagina van de NRC in de afgelopen twee jaar juist daarom wel ontpopt als een van de meest spraakmakende duiders van wat er in het ooit zo degelijke Nederland met zijn veelgeprezen poldermodel aan de hand is. ‘De politiek moet niet langer in termen van zichzelf maar in het licht van bredere sociaal-culturele processen begrepen worden. Het is een teken aan de wand dat de politiek in de Soundmix-show terechtkwam. Die overwinning van de impulsieve massacultuur is niet meer terug te draaien.'

U hebt als motto voor Het verloren land, uw bundeling van columns, een citaat gekozen van de Zuid-Afrikaanse schrijver Coetzee: ‘Holland may not be the most exciting place to live, but at least it doesn't breed nightmares.' Dat moet welhaast ironisch bedoeld zijn?

Inderdaad. Coetzee refereert aan het oude beeld van Nederland: een land op orde, met de uitvergaderde consensus als handelsmerk, een tikkeltje saai, niet erg opwindend maar ook gevrijwaard van rassenonlusten, angst, spookbeelden en grote maatschappelijke onrust. Twee jaar geleden nog op nummer 1 op de lijst van meest gunstige investeringslanden. Dat beeld is verdwenen. Nu kan de Belgische premier sneren dat hij in zijn land geen Nederlandse toestanden wil.

Wat lag aan die toestanden ten grondslag?

Voor een belangrijk deel is het politieke rumoer van het afgelopen jaar, met Fortuyn als katalysator, terug te voeren op een behoefte aan verheviging, aan iets groots. Wat men vooral zocht is te ontsnappen aan wat misschien wel dé grootste Nederlandse nachtmerrie is: de angst dat alles betekenisloos en nietszeggend is. Frits van Egters en Eline Vere, grote helden uit de Nederlandse literatuur, hadden er al last van. Een van de belangrijkste manieren in deze tijd om dit onbehagen te bezweren is het massa-entertainment, waarin de ene kortstondige sensatie na de andere het leven spannend moet maken. Met Fortuyn werd de politiek een soort entertainment: spannend, sensationeel. Het is niet toevallig dat hij groot werd via zijn tv-optredens.

Bagatelliseert u zo niet wat hij te zeggen had over een aantal concrete maatschappelijke problemen die in acht jaar Paars waren blijven liggen? De wachtlijsten, het lerarentekort, de gebrekkige inburgering van immigranten....

Ik wil niet afdingen op Fortuyns vermogen om problemen aan de kaak te stellen. Winst is dat hij de sociale hypocrisie rondom de multiculturele samenleving die vooral linkse kringen parten speelde definitief heeft doorbroken. Hij heeft eraan bijgedragen dat de wollen deken over allochtoon Nederland is weggehaald. Overigens met alle consequenties van dien. Zie de opkomst van de AEL. Maar dat zowel autochtonen als allochtonen nu kleur moeten bekennen, staat buiten kijf.

Maar daarin ligt niet de werkelijke betekenis van Fortuyn. Het aanwijzen van de problemen is niet zo moeilijk, het aandragen van plannen evenmin. Dat deden anderen net zo goed. Waar het om gaat is dat hij tegelijkertijd iets anders deed. Hij appelleerde niet op de eerste plaats aan het politiek bewustzijn van de mensen maar aan hun verlangen naar zin, naar een sociale bedding, naar geborgenheid en gemeenschappelijkheid. Het briljante aan hem was dat hij reële maatschappelijke problemen naadloos wist te koppelen aan een algemene existentiële onvrede. Het kwartje van Kok verbinden met een welhaast religieus visioen van verlossing: dat zal niemand hem in de komende decennia nadoen. Hij presenteerde zich als Mozes die het verweesde volk de weg zou wijzen. Ik zal u leiden, dat was zijn boodschap aan de kiezer. Volstrekt pathologisch maar het werkte wel. Hij bood mensen die nergens meer aan kunnen geloven iets aan om weer in te geloven. Fortuyns revolte uitte zich op het terrein van de politiek maar het was geen politieke revolte. Wat hij losmaakte, ging in vele opzichten aan de politiek voorbij.

Dat verklaart ook het gebrek aan weerwoord van zijn politieke tegenstanders?

Ja. Het opvallende was juist dat de politiek geheel afscheid genomen had van de grote visioenen en ideologische beloften. Met Paars was de politiek totaal pragmatisch geworden. Koopkrachtbehoud, een iets rechtvaardige inkomensverdeling, de juiste cijfers achter de komma's: dat soort werk. En toen was daar opeens Fortuyn die de kiezer een nieuw Nederland voortoverde.

Maar het verklaart ook nog iets anders. Een jaar na zijn dood is er van de politieke onvrede weinig tot niets meer te merken. Sommige commentatoren beweren dat die ondergronds is gegaan. Ik geloof er niets van. Ze is gewoon weggezakt en heeft plaatsgemaakt voor iets anders, andere opwinding, andere sensaties. Het SBS-programma De Stem van Nederland, die zich had opgeworpen als doorgeefluik van deze onvrede, is door de dalende kijkcijfers weer gewoon overgegaan op showbiz-nieuws en entertainment. Door Fortuyn werd de politiek even het toneel van het menselijke verlangen naar een gemeenschappelijk houvast en naar de vlucht uit de banaliteit van het bestaan. Maar het zou me niet verbazen dat een programma als Idols dit voorjaar eenzelfde soort functie vervulde. In ieder geval zal het bijgedragen hebben aan de nationale rouwverwerking.

U suggereert dat Fortuyns kracht er vooral in lag om in te spelen op een onderhuids gevoel van onvrede en malaise, die niet primair politiek of economisch van aard is, maar existentieel. Wat is de kern van die onvrede?

Ik denk dat die ligt in een te ver doorgeschoten en te weinig gecorrigeerde individuele vrijheid. Sinds de jaren zestig denkt men dat politiek er vooral is om via wetgeving deze vrijheid zoveel mogelijk te waarborgen. Iedereen moet het leven kunnen leiden dat hij of zij wil. Laat ieder in zijn waarde. Zo heeft men jarenlang ook de immigranten benaderd: het is prima als jullie je eigen identiteit willen behouden. De nadruk op individuele rechten is echter samengegaan met een verwaarlozing van het publieke domein, van de idee van gemeenschap en een gezamenlijke cultuur. En daar plukken we nu de wrange vruchten van. Een nationaal bewustzijn bestaat nauwelijks en als het bestaat krijgt het meteen hysterische trekken zoals bij het voetbal. Hoe kun je nieuwkomers inburgeren als de Nederlandse burger zichzelf allereerst ziet als een individu dat zo min mogelijk in zijn vrijheid geknecht wil worden door de samenleving? Inmiddels is onze maatschappij zo geïndividualiseerd dat het verlangen naar gemeenschap altijd met onmacht of geforceerdheid gepaard gaat. Fortuyn met in zijn voetspoor zijn vastgoedvrienden waren hiervan een perfecte uitdrukking. Ze hadden het steeds over het herstel van de gemeenschap, van Nederland, maar altijd als pure individualisten die elk moment dreigden te bezwijken onder de last van hun grote ego. Fortuyn en zijn revolte vormden eerder een nogal potsierlijk onderdeel van de Hollandse malaise dan dat ze er een begin van een uitweg voor waren. Wat hij wilde bestrijden - het egoïsme, het gebrek aan samenhang - daar was hij zelf het toonbeeld van.

Maar hoe krijg je in een individualistische cultuur als de onze dan de idee van gemeenschap terug?

Dat zal een zaak van lange adem zijn. Een stap terug in de individualisering vereist een mentaliteitsverandering, een omslag in denken en daartoe kun je niet van bovenaf besluiten. Je hoort regelmatig dat we nieuwe leiders nodig hebben. Een misvatting. Fortuyn met zijn messiaanse allure was het ergste rolmodel. De mensen gingen op hun rug liggen: Pim zal het wel regelen voor ons. Waar het om gaat is er toe te komen zelf iets te doen, zich in te zetten voor een gezamenlijke leefwereld, en niet alleen met de vinger te wijzen naar de anderen en de overheid en heel hard schande te roepen. In de normen- en waardendiscussie van afgelopen najaar waren het altijd andermans normen en waarden die ter discussie stonden. De Nederlander weet altijd heel goed hoe anderen zich dienen te gedragen. Hij ziet zichzelf maar zelden als onderdeel van een publieke zaak waar hij samen met anderen de verantwoordelijkheid voor draagt.

De verantwoordelijke burger... had premier Balkenende het daar ook niet steeds over?

Tsja, jammer genoeg heeft híj dan weer heel weinig gezag. Een beetje autoriteit is natuurlijk wel nodig.

U bent in uw boek erg kritisch over Nederlanders en Nederland. Geen nationaal zelfbewustzijn, moreel zelfgenoegzaam of naïef idealistisch, rancuneus en verongelijkt. Dat stemt niet hoopvol. Zijn er ook nog Nederlanders waar we ons aan op kunnen trekken?

Helaas moeten we het doen zonder briljante politici. Zo'n minister Van der Hoeven bijvoorbeeld, die alleen maar kan praten in de ergste dooddoeners. Elk cliché van Paars was daar opwindend bij. Als ik iemand zou moeten noemen dan Max van der Stoel. Dat is toch een beetje de Nelson Mandela van Nederland. Iemand die zich pragmatisch idealistisch inzet voor de publieke zaak en dát zonder ijdele zelfvergroting, zonder zichzelf pontificaal vóór die goede zaak te posteren.

Ruim een jaar na alle rumoer en opwinding lijkt de politiek weer genormaliseerd. Het gaat weer gewoon over de ziektekostenpremie, de hypotheekrente en de WAO. Hoe moet het nu verder met politiek commentator Bas Heijne?

Ik zal nooit een echt politiek commentator worden, voel me wat dat betreft een vreemde eend in de bijt. Ik sta als schrijver en essayist toch meer op afstand. Maar dat ik niet kan citeren uit de jaarverslagen van de Wiardi Beckmanstichting heeft ook zijn voordelen. Politiek sec interesseert me niet echt, het is niet de hele wereld, en staat ook niet op zichzelf. Bovendien denk ik dat de grote en voor mij interessante vraagstukken - de multiculturele samenleving, de idee van gemeenschap in een individualistische cultuur - niet zozeer nood hebben aan politici maar wel aan mensen die het debat aan de gang houden. Het ontwikkelen van visies gaat aan de politiek vooraf. En dat daarbij de zogenaamde stem van het volk niet de boventoon moet voeren is voor mij evident. Het is een misverstand te denken dat als je maar met een microfoon en een camera de straat opgaat, je vanzelf de oplossingen krijgt aangereikt voor de problemen waar ons land mee te kampen heeft.

Verschenen in Intermediair 22, 2003