Homepage van Cyril Lansink

Direct naar inhoud

Menu
Home
Freelansink
Cyril Lansink
Contact
Cyril Lansink
cyril.lansink@hetnet.nl
Teksten
boekrecensies
de fiets
essays/artikelen
kindergedichten
taalkruimels
weblog
interviews

Tijd tekort!

Vraag een gemiddelde tweeverdiener hoe het gaat en je hebt een grote kans dat hij of zij (in het voorbijgaan) antwoordt met ‘druk, druk, druk': de gevleugelde uitdrukking waarmee - zonder veel tijdverlies - het jachtige moderne leven kan worden samengevat. Onze rijkdom ten spijt, zijn we arm aan tijd. En het paradoxale is dat ondanks een hogere levensverwachting, meer vrije tijd en een technologische ontwikkeling die het leven in allerlei opzichten ‘sneller' heeft gemaakt, de schaarste aan tijd de afgelopen eeuw geenszins is verminderd. Dat wij in tegenstelling tot onze grootouders op allerlei terreinen (eten, wassen, communiceren, reizen) met behulp van allerhande apparaten (magnetron, wasmachine, computer, auto) tijd kunnen besparen, heeft er niet voor gezorgd dat wij meer tijd hebben dan zij en meer rust zouden hebben gevonden. Het tegendeel lijkt eerder waar. Met de versnelling van het leven lijkt gek genoeg ook de tijdsdruk op het leven toe te nemen. Hoeveel tijdwinst we ook boeken, het tekort aan tijd heffen we er niet mee op. Stress, vermoeidheid en gejaagdheid, al dan niet resulterend in burn-out, zijn de tol die veel mensen voor deze tijdsdruk moeten betalen.

Het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau De meerkeuzemaatschappij; Facetten van de temporele organisatie van verplichtingen en voorzieningen verklaart deze situatie vanuit de toenemende keuzeruimte van de mens. Meer dan vroeger wordt de mens geacht zelf zijn leven vorm te geven, zichzelf te ontplooien. In een wereld waarin weinig van tevoren vastligt, gaat het erom zelf je mogelijkheden te exploreren, je talenten en ambities te verzilveren, je verlangens te realiseren en je zo te onderscheiden van anderen. Identiteit is geen gegeven maar een eigen keuze en een eigen verantwoordelijkheid. Deze identiteit blijkt bovendien niet meer alleen verbonden te zijn met de verworven plaats in het arbeidsproces maar ook met de wijze waarop iemand zijn vrije tijd invult, hoe hij zijn consumptieve tijd verbruikt. Niet alleen hoe iemand zijn geld verdient maar hoe en waaraan hij het uitgeeft, bepaalt wie hij is.

Maar hoe bevrijdend dit ook klinkt, het zet het leven ook onder druk. Het aanbod van mogelijkheden schept de vraag, roept de verlangens op, wekt verwachtingen. ‘Dat mensen in de meerkeuzemaatschappij meer te kiezen hebben, heeft mede tot gevolg dat mensen ervoor kiezen steeds meer te willen. Het ethos van zelfontplooiing leidde minder tot een concentratie op enkele activiteiten dan tot een compilatie van meerdere activiteiten', aldus het SCP-rapport. Tijdsdruk is het gevolg. Want het vergt nogal wat om al die activiteiten en ambities op een bevredigende wijze te combineren, om zoals dat heet alle ballen in de lucht te houden. Aan de carrière werken én een veelzijdig vrijetijdsrepertoire exploreren, én een attente partner, een goede vriend én een liefdevolle ouder zijn, én de krant én het culturele aanbod bijhouden: ideaaltypisch ziet het er ongeveer zo uit. Maar de praktijk is vaak weerbarstiger: de keuzevrijheid stuit op de grens van de tijd. Keuzemogelijkheden veranderen in keuzeproblemen, en blijken niet bevrijdend maar belastend. De moderne mens wil meer dan er in ‘zijn tijd' past. En moet ook meer willen, wil hij er bij horen. ‘Druk, druk, druk' is niet zomaar een klacht maar ook de bevestiging dat iemand vol in het leven staat. Schaarste aan tijd is niet absoluut maar relatief en wordt door het menselijke verlangen zelf in stand gehouden. Tijdsbeleving heeft dan ook weinig van doen met het feitelijke aantal uren, dagen, weken of jaren dat iemand ter beschikking staat en des te meer met de manier waarop hij ‘zijn tijd' afmeet aan al zijn verwachtingen en ambities, al zijn opties en mogelijkheden, die al dan niet opgeroepen worden door de maatschappelijke omgeving waarin hij verkeert.

Het is daarom maar zeer de vraag of de huidige economische recessie en de daaruit voortvloeiende werkloosheid dit gevoel van tijdschaarste daadwerkelijk kan doen verminderen. Objectief gezien hebben veel mensen in tijden van crisis meer tijd (door een gebrek aan werk) maar dat betekent niet automatisch dat ze de tijd ook anders zullen beleven. Een tijdelijke recessie zal niet direct veel invloed hebben op de historisch gegroeide mentaliteit die in onze cultuur dominant is. Zo wordt een werkloze doorgaans primair gezien als iemand die iets ontbeert, ook door hemzelf - werk -, of ergens minder van heeft - inkomen -, en niet als iemand die ergens meer van heeft - tijd, rust. Het maatschappelijk verankerde arbeidsethos zorgt ervoor dat het een hele kunst is om die tijd en die rust echt als iets positiefs te beleven. En als dat eens wel lukt dan wordt al gauw de sociale en politieke druk voelbaar om snel weer aan de slag te gaan. De vrije tijd van de werkloze wordt in het algemeen dan ook beschouwd als verloren tijd, als tussentijd of wachttijd en niet als tijd die in zichzelf waardevol kan zijn. Menig werkloze zal zich daarom (psychisch) even opgejaagd voelen als de drukbezette carrièremaker.

Terug naar het SCP-rapport. In de context van de spaarzame tijd laat het zien dat het overheidsbeleid het laatste decennium er steeds meer op gericht is de mensen meer zeggenschap over hun tijd te geven. En wel door ervoor te zorgen dat ook in hun tijdsorganisatie mensen een groter keuzebereik krijgen. De verruiming van de winkeltijden, het regelen van flexibele kinderopvang, de digitalisering van (overheids)diensten en de mogelijkheid tot thuiswerken zouden hen meer mogelijkheden moeten geven om hun tijd zelf efficiënter in te delen en te ordenen en aldus tijd te winnen. Bij de emancipatie van het individu hoort ook dat hij tijdssoeverein is, dat hij het vermogen heeft om de tijd, zijn tijd, naar eigen inzicht te kunnen invullen en daarvoor niet afhankelijk te zijn van anderen.

De schrijvers van het rapport vragen zich echter met recht af of dit streven naar individuele tijdssoevereiniteit de mensen werkelijk van de tijdsdruk bevrijdt. Zelf kunnen beschikken over je tijd heeft zijn grenzen. Het bioritme dwingt de mens in een min of meer vaststaand kader van activiteit en rust en beperkt de mogelijkheden om met ambities en activiteiten in de tijd te schuiven. Ook wie thuis kan werken, doet dit zelden 's nachts tussen 12 en 7. De noodzaak van de slaap verhindert dat we ons én-én-én leven over het gehele etmaal kunnen ‘uitsmeren'.

Daarnaast zijn er de collectieve verbanden waar een mens deel van uitmaakt die de individuele zeggenschap over de tijd inperken. Het is onmogelijk je te onttrekken aan de wijze waarop de gemeenschap of specifieke anderen de tijd (willen) invullen. De laatste trein vertrekt om half elf, de baas belegt dan en dan een vergadering, de vriend kan alleen op donderdagavond, om zes uur staat het eten op tafel. Veel tijd is afgesproken tijd; agendatijd. Maar door deze sociale verbanden gaat er voor het moderne individu ook tijd verloren. Veel tijd gaat heen met regelen en coördineren, plannen en afstemmen. En nog meer met wachten omdat die afstemming vaak niet lukt: in de file, op het station, in het ziekenhuis, aan de telefoon (‘er zijn nog zes wachtenden voor u'). Het is vooral deze zogenaamde frictietijd of tussentijd die ergernis opwekt, aldus het rapport. ‘De gehaastheid van vandaag de dag en de individualisering van de leefpatronen maakt dat burgers steeds minder tolerantie kunnen opbrengen voor wat zij ervaren als een inbreuk op 'hun' tijd.' Alsof ze het niet al druk genoeg hebben...

Het mag na voorgaande geen verrassing meer zijn dat de onderzoekers van het SCP het optimisme temperen dat een verdergaand streven naar individuele tijdssoevereiniteit en een efficiëntere tijdsbesteding - waarbij vooral het stroomlijnen van de combinatie van werk en zorg de aandacht vraagt - de tijdsdruk structureel zal verminderen. Hoewel in de organisatie van arbeidsproces, diensten en dagindeling zonder twijfel nog enige praktische winst te boeken is, blijft het voor hen de vraag of een verdere omarming van het combinatie-ethos, voor zover al haalbaar, toereikend zal zijn. ‘Een zekere gejaagdheid en onzekerheid lijkt onlosmakelijk met het moderne leven verweven, het is de keerzijde van de veelal wenselijk geachte keuzevrijheid,' luidt de conclusie.

Is het dan niet mogelijk om te ontsnappen aan het regime van de tijdsschaarste? Toch wel. Maar wat daarvoor nodig is, is niet de zoveelste maatregel om de tijd efficiënter in te delen, niet het nieuwste apparaat waarmee tijd bespaard kan worden en niet een volgende cursus timemanagement. Nodig is een andere tijdservaring en tijdsbeleving. En dat betekent vooral dat we de tijd niet meer op de eerste plaats opvatten als een economische categorie. Tijdwinst en tijdverlies, tijdbesparing en tijdsinvestering, tijd is geld en iets kost tijd - in de termen waarin we over tijd spreken, wordt duidelijk hoe sterk zo'n economische tijdsopvatting is. Tijd moet nuttig zijn, we moeten onze tijd goed besteden. We rekenen de tijd af op productiviteit. Vandaar dat we veel zaken uitbesteden (brood bakken, kind verzorgen): idealiter zorgt de arbeidsdeling ervoor dat iedereen zijn tijd zo productief mogelijk kan invullen. Vandaar dat we geneigd zijn om de tussentijd, de wachttijd vooral als een verstoring te zien, ze leveren immers niets op. Vandaar ook dat we per definitie tijd tekortkomen want aan economische productiviteit (en consumptie) zit geen halt. Het doel van de economie is door te groeien: er zal nooit een moment komen dat een ondernemer kan zeggen dat hij klaar is. En ook de individuele zelfontplooiing kent in principe geen eindpunt: iemand kan altijd in zichzelf blijven investeren.

Maar het leven bestaat niet alleen uit economisch gestructureerde activiteiten, verlangens en ambities. Niet alles staat in het teken van nuttigheid en productiviteit. Samen eten, een wandeling maken, je verdiepen in een boek, het verzorgen en opvoeden van kinderen, een vriend steunen, er zijn talloze menselijke aangelegenheden die juist hun betekenis verliezen als we ze benaderen met de maatstaven van het economisch-maatschappelijke verkeer. De kwaliteit ervan staat of valt niet met efficiëntie en snelheid. Integendeel. Hoe efficiënter en sneller we ze ‘afhandelen', hoe minder recht we eraan doen. Wie een wandeling maakt met het oog op tijdwinst wandelt niet. Een vriend is niet iemand die tijd kost. De verzorging en opvoeding van kinderen past niet in afgemeten agendatijd, zelfs al noemen we het quality time. En eten is niet alleen het aanvullen van de energievoorraad van de mens als economische eenheid, maar ook een sociaal-cultureel ritueel waarmee mensen hun onderlinge band bekrachtigen. Het eerste ‘eten' kan niet vlug genoeg gaan, voor het tweede ‘eten' moet je tijd nemen en is aandacht en zorg vereist.

Wat hiermee gezegd wil zijn is niet dat een economische opvatting van tijd uit den boze is. Maar wel dat zo'n opvatting maar beperkt geldig is. Door dat te onderkennen houden we in ons hectische leven de ruimte open voor een andere tijdsbeleving, voor vertraging in plaats van versnelling van het leven. Zorg en opvoeding, het instandhouden van gemeenschapsbanden, het leren kennen van de wereld, het verwerken van verlies etc., deze bij uitstek niet-economische aangelegenheden moeten het van ‘langzame tijd' hebben, willen ze lukken. Zij relativeren daarmee de tijdsdruk die we ons opleggen, de haast waarmee we ons én-én-én-leven instandhouden. Zij maken een herwaardering mogelijk van menselijke vermogens en attitudes die in een jachtige samenleving verloren dreigen te gaan: de verwondering, het geduld, het wachten, het mijmeren.

Om deze langzame tijd in ons bestaan toe te laten en te cultiveren is echter niet altijd even eenvoudig. De werkelijkheid van schaarse tijd en economische efficiëntie is in het dagelijkse leven alom aanwezig en heeft geen boodschap aan trage vragen en ervaringen, houdingen en handelingen. Dagdromen doe je maar thuis, zegt je baas, maar ook thuis is daar geen tijd voor. Waar we op vakantie, onder een vreemde hemel, uren naar de sterren kunnen turen en daar genoeg aan kunnen hebben, laten we onze ogen in het ‘normale' leven bestoken door eindeloos veel beelden en berichten die ons permanent onrustig houden. Maar gelukkig hoeven we niet altijd op vakantie om te kunnen ontsnappen aan de dwang van de snelle, economische tijd. Daarvoor is het echter wel zaak de bevoorrechte momenten van concentratie en aandacht, waarin de veelheid (het én-én-én) plaatsmaakt voor het ene dat je in beslag neemt, te herkennen en te koesteren. Gegrepen door een boek, dwalend door een bos, pratend met een vriend, rouwend om een verloren dierbare of kijkend naar je kind dat op je schoot in slaap is gevallen, blijkt de tijd ongemerkt verstreken maar is het gevoel van tijdtekort, van schaarste verdwenen.