Homepage van Cyril Lansink

Direct naar inhoud

Menu
Home
Freelansink
Cyril Lansink
Contact
Cyril Lansink
cyril.lansink@hetnet.nl
Teksten
boekrecensies
de fiets
essays/artikelen
kindergedichten
taalkruimels
weblog
interviews

Kwetsbare waarden

Over de morele betekenis van emoties volgens Martha Nussbaum

Terwijl ze zich in het Ierse Dublin voorbereidt op een lezing over emoties, krijgt Martha Nussbaum een telefoontje uit het ziekenhuis in Philadelphia: door een ernstige complicatie bij wat een routineoperatie leek, verkeert haar moeder in levensgevaar. Na een bange nacht en een terugreis waarin hoop, woede en wanhoop om de voorrang strijden, wordt dochters vrees bewaarheid: moeder is al overleden.

Met een verslag van deze dramatische episode uit haar eigen leven begint Nussbaum haar onlangs vertaalde magnum opus Upheavals of Thought (Oplevingen van het denken). Haar beschrijving van en reflectie op wat de dood van haar moeder emotioneel met haar ‘deed' vormt de opmaat voor een indrukwekkend onderzoek naar de morele betekenis van emoties. Geen exhibitionisme maar ethiek drijft de filosofe om zo openlijk stil te staan bij haar gevoelens van verdriet bij dit grote verlies.

Maar wat heeft zo'n persoonlijk verdriet om een gestorven dierbare met ethiek te maken? Gaat het daarin niet om het vaststellen, rechtvaardigen en juridisch sanctioneren van de algemene normen, regels en gedragscodes die de burgers moeten onderschrijven om het sociale verkeer in goede banen te leiden? Om respect, rechtvaardigheid en redelijkheid? Zeker. Maar niet alleen. Vanaf haar eerste bekende werk The fragility of goodness. Luck and Ethics in Greek Tragedy and Philosophy (1986) heeft Nussbaum, geïnspireerd door Plato en vooral Aristoteles, zich sterk gemaakt voor een ruimere opvatting van ethiek - een ethiek van het goede, moreel geslaagde leven, van eudaimonia. Een dergelijk leven behelst meer dan sociaal juist gedrag; het omvat ook het cultiveren van deugden, het koesteren van min of meer particuliere verlangens, waarden en idealen én het gehecht zijn aan (voor jou) belangrijke personen en zaken. Vooral dat laatste zal van belang zijn om de rol van emoties moreel te kunnen duiden: tot het goede leven, zo zal Nussbaum zeggen, behoort ook de binding met vrienden en geliefden, met een moeder die ver weg in een ziekenhuis ligt... Wat er met hen gebeurt, gebeurt ook aan ons; in gevoelens van blijdschap, angst en hoop, verdriet en woede ondervinden we dat.

Het goede leven is een tot bloei gekomen leven, een leven waarin de mens kleur, vorm en inhoud heeft gegeven aan zijn (morele) mogelijkheden. Maar anders dan bij haar klassieke leermeesters fungeert Nussbaums morele ideaal in een moderne liberale context. De relatieve eenvoud en geslotenheid van de Griekse polis bestaat niet meer en is vervangen door een open samenleving waarin individualiteit en pluraliteit hand in hand gaan. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Verlangens, bindingen, waarden en overtuigingen zijn niet onder één noemer te brengen. De bloei kan vele gestaltes aannemen. Het goede leven is voor iedereen weggelegd maar zal telkens op een eigen, particuliere wijze ingevuld moeten worden. Dat sluit overigens ‘overlap' niet uit: hoe individualistisch ze ook zijn, mensen hebben ook vaak dezelfde verlangens, houden dezelfde waarden in ere. Liefde, vriendschap, maatschappelijke waardering, vrijheid en veiligheid - vrijwel iedereen zal deze waarden voor zijn leven essentieel achten. Het is ook daarom dat we ons (emotioneel) in elkaar kunnen herkennen als dat soort gedeelde waarden ‘gevierd' of juist geschonden worden. We kunnen het verdriet van Nussbaum om haar moeder niet delen - het is immers haar moeder die gestorven is. Maar zelf allemaal zoon of dochter van een moeder kunnen we haar emotie ‘meevoelen'. Haar verdriet, onze sympathie - en zo maken we deel uit van dezelfde morele gemeenschap; een gemeenschap waarin de ouderlijke band gezien wordt als deel uitmakend van het goede leven.

Dit voorbeeld geeft overigens meteen aan dat ook als dezelfde waarde in het geding is, het individuele karakter van het morele leven gehandhaafd blijft. Liefde is een algemeen goed. Maar de realisatie van het verlangen ernaar is altijd particulier: samen met die man of deze vrouw, of voor dat kind, en op een specifieke manier. Anders gezegd: de waarde (van de liefde) die op het spel staat in het goede leven is niet iets abstracts, maar is belichaamd en gelokaliseerd. Het ethische ideaal voert iedereen terug naar zijn eigen levenssituatie. En dat is vaak maar goed ook. Er zou nooit een orkest zijn als de algemene waarde van muzische vorming zich niet concreet zou tonen in het bespelen van veel verschillende instrumenten.

Zorgt Nussbaums liberale mensbeeld enerzijds voor een ‘correctie' op het Grieks-ethische uitgangspunt, anderzijds vindt ze in Aristoteles inspiratie om een dominante stroming binnen de liberale oriëntatie te bekritiseren. Daarin wordt de mens voorgesteld als een autonoom individu dat soeverein, onafhankelijk en zelfstandig gestalte geeft aan zijn eigen zelfontplooiing. Het geslaagde leven staat gelijk aan heer en meester zijn van je bestaan, aan zelf kunnen kiezen en bepalen wat voor jou belangrijk is. Succes is een keuze - in die reclameslogan wordt deze ideologie samengevat. Maar Nussbaum beklemtoont juist dat het leven niet maakbaar is. Bij het tot bloei laten komen van het eigen leven ben je ook afhankelijk van anderen en van uitwendige omstandigheden die je niet onder controle kunt hebben. Vaak valt er niet veel te kiezen, maar gaat het veeleer om het al dan niet beamen van wat zich (on)gelukkigerwijs heeft aangediend. Bij een gelukt leven hoort ook geluk hebben, zo wist Aristoteles al. Het goede leven is kwetsbaar, tragiek ligt altijd op de loer.

Liefdesbanden maken inherent deel uit van het ideaal van eudaimonia maar onderstrepen tegelijkertijd de broosheid van dit ideaal: de man of vrouw van wie je houdt, kan je ontvallen, en het is onmogelijk om het goede leven volledig te vrijwaren van zo'n verlies. Een tot bloei gekomen leven kan, hoe stevig geworteld ook, soms door stormen en rukwinden geknakt worden. Dat is een waarheid die in de liberale ideologie van de zelfverwerkelijking niet of nauwelijks wordt onderkend. Door zo sterk te focussen op zelfstandigheid, autonomie en onafhankelijkheid, meent zij de vraag naar de goede omgang met afhankelijkheid te kunnen ontlopen. Maar het is juist deze vraag die volgens Nussbaum een veel centralere plaats moet krijgen in het ethische denken. Morele opvoeding, zo stelt zij, moet er niet op gericht zijn om de kinderlijke afhankelijkheid en daarmee gepaard gaande frustratie te transformeren in zelfgenoegzame onafhankelijkheid maar in volwassen afhankelijkheid - in de erkenning dat er zaken en personen van waarde voor je zijn die niet in je macht liggen, dat er met andere woorden een wereld is waar je niet buiten kunt, maar die ook buiten je blijft, extern, niet beheersbaar en controleerbaar.

Het is deze erkenning waar volgens Nussbaum emoties van getuigen. Blijdschap en verdriet, angst en woede, verontwaardiging en mededogen, zo betoogt ze, moeten niet begrepen worden als irrationele oprispingen van het menselijk gemoed die een redelijke benadering van de werkelijkheid dwarsbomen. Integendeel, er zit een cognitieve en evaluatieve claim in emoties. Het zijn niet zonder meer gevoelens; maar waardeoordelen, ze ‘zeggen' dat iets of iemand van waarde voor ons leven op het spel staat. Het onderscheid tussen emoties wordt bepaald door hoe dat waardevolle in het geding is, hoe het wordt gezien. Verdriet ‘ziet' dat we iets van waarde hebben verloren, angst ‘ziet' het bedreigd, woede ‘ziet' het gedwarsboomd door iets of iemand anders, hoop ‘ziet'de onzekere situatie waarin het verkeert, met de kans op de goede afloop en mededogen ‘ziet' een andere mens als iemand die buiten zijn schuld getroffen is door leed. Daarom kan, afhankelijk van hoe de mensen erbij betrokken zijn, een gebeurtenis ook de aanleiding zijn tot verschillende emoties. Vrijwel iedereen, vriend en vijand, was geschokt door de dood van Van Gogh: daar was een man vermoord om iets dat ons burgers allen aangaat. Het zou echter onzinnig zijn te beweren dat we ook allemaal bedroefd waren. Niet omdat we koud of onverschillig zouden zijn, maar omdat echt verdriet alleen vrienden en geliefden ‘past'.

Als emotioneel wezen is de mens bekommerd om zijn eigen goede leven, om kwetsbare waarden die hem betreffen: het is zijn dierbare waarover hij verdrietig is of die hem met hoop vervult. Maar dat impliceert niet dat emoties egoïstisch of narcistisch zijn, betoogt Nussbaum. We zijn emotioneel gehecht aan externe zaken en personen omwille van de intrinsieke waarde en betekenis ervan, en niet omdat we ze als een middel beschouwen voor ons welzijn. Bij het goede leven hoort juist dat we van mensen houden en op zaken betrokken zijn om wat die mensen en zaken op zichzelf zijn. Bij echt verdriet zijn we minstens ook bedroefd om de persoon zelf die ons ontvallen is. We huilen om onszelf, om het gat dat met de dood van een geliefde in ons leven is geslagen én we huilen om die ander, om zijn leven dat met hem ten grave wordt gedragen.

Met Oplevingen van het denken haalt Nussbaum de emoties uit de hoek van het irrationele, de plek die ze in de traditie van de filosofie zo vaak is toegewezen, en plaatst ze in het centrum van het morele leven. Emoties zijn redelijk, tenzij we menen dat het niet redelijk is om groot belang toe te schrijven aan mensen en zaken waar je geen heer en meester over kunt zijn, en die ons bijgevolg kwetsbaar en afhankelijk maken. In plaats van die kwetsbaarheid en afhankelijkheid te verdoezelen of te ontlopen, moeten we ze onder ogen zien - en dat laatste is precies wat emoties doen - en actief op ons nemen. Het is door het aangaan van deze verantwoordelijkheid dat een ethiek van het goede leven een ethiek van het mededogen zal zijn. In zijn gehechtheid aan het waardevolle dat hem is toevertrouwd blijft de mens immers altijd ook aan de genade van de wereld overgeleverd.

Martha Nussbaum, Oplevingen van het denken; Over de menselijke emoties, Ambo 2004