Homepage van Cyril Lansink

Direct naar inhoud

Menu
Home
Freelansink
Cyril Lansink
Contact
Cyril Lansink
cyril.lansink@hetnet.nl
Teksten
boekrecensies
de fiets
essays/artikelen
kindergedichten
taalkruimels
weblog
interviews

Het verlangen naar geluk

Het was in de nazomer van 1997. Mijn proefschrift was na een moeizame worsteling van vier lange jaren net klaar en goedgekeurd. En ik herinner me alles nog scherp: de tijd van de dag, het glooiende landschap dat in het zonlicht baadde, de ruisende stilte in de velden. Ik was alleen, fietsend in Zuid-Frankrijk, anderhalf uur gaans van Toulouse waar ik die middag werd verwacht. In mijn oren de klanken van een strijkkwintet van Ravel, deels weggewaaid door de wind die mijn trappende lichaam omhulde. Geluk - dat was het. Een intens geluk dat me niet lang genoeg kon duren, dat ik vast wilde houden, en in een doosje stoppen om het er later, gaaf en ongeschonden, uit te kunnen halen en het weer te voelen. Ik wist natuurlijk wel dat dat onmogelijk was. Het wiel van de tijd rolde immers verder, het moment zou voorbijgaan en er zou niets van resten dan een herinneringsbeeld, een nagloeien van een allang gedoofd vuur. Maar voor even was dat besef ver weg, weggedrukt door de kracht van de ervaring.

Wat is geluk? Toen in die heuvels van het Franse land, de voeten op de pedalen, wist ik het. Maar nu bij het schrijven van een artikel over geluk dit weten van weinig nut te zijn. Te particulier, te sterk gebonden aan een specifiek moment, te weinig conceptueel.

Zo individueel een ervaring van geluk echter kan zijn, zo algemeen is het verlangen ernaar. Als de mensen iets delen dan is het wel de bekommernis om het geluk, dat van henzelf en (dierbare) anderen. Het gaat dan niet om een verlangen naast vele andere: geluk is niet zomaar een van de doelen in het leven, het is een uiteindelijk doel, een overkoepelend motief van alle verlangens. Wat zorgzame ouders hun kinderen ook allemaal kunnen toewensen, allereerst hopen ze dat ze gelukkig zullen worden. In life style-magazine word je bestookt met vele tips op alle mogelijke levensterreinen (wonen en werk, gezondheid en vrije tijd, liefde en seks): alles om je maar meer happy te voelen.

Geluk is 'het hoogste van alle goede dingen die we door ons handelen kunnen bereiken', zo zei Aristoteles. En 2500 jaar later kunnen we ons nog steeds in deze 'definitie' vinden. Maar de vraag waarin het geluk bestaat en of en hoe het bereikt kan worden, werd en wordt zeer uiteenlopend beantwoord. 'Wat geluk echt betekent, daarover is men het oneens', aldus dezelfde Griekse filosoof. En ook deze historische uitspraak doet geenszins gedateerd aan. De mens als gelukszoeker is een veelkoppig wezen.

Is geluk gelijk aan een gevoel van welbehagen? Zo ja, is elk geluk dan evenveel waard? Of maakt het uit waaraan je dat welbehagen ontleent? Is het louter iets vluchtigs en voorbijgaands? Zo ja, hoe kan iemand dan een gelukkig leven leiden? Is iemands leven al gelukkig als hij dat vindt? Of kan iemand menen dat hij gelukkig is en het toch niet zijn? Is geluk het eindpunt van een doelbewust streven, het resultaat van eigen inspanning? Of moet het toch veeleer beschouwd worden als iets dat je toevalt, als een bijproduct van andere verlangens?

Eén ding staat vast: de hedendaagse opvatting van geluk is voor een belangrijk deel schatplichtig aan de Verlichting. Het moderne streven naar een aards levensgeluk kon pas werkelijk baan breken toen met succes de religieuze dogma's die sinds de vroege Middeleeuwen het mens- en wereldbeeld hadden bepaald van hun voetstuk werden gehaald. Het christendom kon opgevat worden als een grootse poging om het verloren gegane geluk van het paradijs terug te vinden. Door de vindplaats echter te situeren in een leven na dit leven, in een hemels weerzien met de God die de zondige mens uit het paradijs verdreven had, kwam het streven naar geluk in het leven er bekaaid van af. Dit geluk stelde niet alleen weinig voor vergeleken met de gelukzaligheid van het eeuwige leven na de dood, het had in het licht van de verlossing ook veel minder betekenis dan het lijden en de pijn die de mens in dit ondermaanse te verduren heeft. Het is immers door het lijden, door boete te doen, dat de mens bevrijd kon en zou worden voor het waarachtige geluk. Lijden werkte louterend: het stond niet tegenover het geluk maar was dé weg ernaartoe. 'Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden.' Dat het leven een tranendal was, was in dit religieuze perspectief geen schande en geen reden tot politieke actie en economische veranderingen maar iets dat gelijkmoedig geaccepteerd moest worden. Voor de gelovige wachtte er immers een beloning die hem op raadselachtige wijze schadeloos zou stellen voor al zijn ellendige geploeter in zijn wereldse bestaan.

De Verlichting vormde een breuk met dit christelijke perspectief. De mens bevrijdde zich van zijn religieuze ketenen. Het geloof in een strenge doch vergevende God verloor terrein aan het geloof in de menselijke rede. In plaats van de genade van de verlossing kwam het eigen vermogen van de mens om zijn lot te verbeteren centraal te staan. De status van het geluk veranderde mee. Het werd niet meer in een mythische tijd geplaatst, in de utopie van het voorbije paradijs of de toekomstige hemel, maar in het wereldse bestaan hier en nu. Het werd een reële belofte, een doel dat voor en door zoveel mogelijk mensen gerealiseerd kon worden; geen gunst waarop je mocht hopen maar iets waar je redelijkerwijs recht op had en waar de mens zelf verantwoordelijk voor was. En het ongeluk, het lijden was niet langer meer de onvermijdelijke, ja noodzakelijke toegang tot het heil, maar een, zoals dat tegenwoordig heet, sociale en persoonlijke uitdaging, een via politiek, techniek en economie weg te poetsen schandvlek op het menselijke project van zelfvervolmaking.

Hebben wij als erfgenamen van de Verlichting dit project tot een goed einde gebracht? Is de belofte van het geluk ingelost? En over welk geluk gaat het dan?

Behoudens in de reclame is het nog geen paradijs op aarde. Geluk is sinds de vorige eeuw weliswaar gedemocratiseerd en niet meer voorbehouden aan de happy few, maar afgaande op de conjunctureel terugkerende uitingen van massale maatschappelijke onvrede blijft de slogan van Jeremy Bentham 'het grootste geluk voor het grootste aantal' als ideaal nog onverkort geldig. Hoewel voor meer mensen dan ooit de basisvoorwaarden voor een min of meer aangenaam leven - inkomen, wonen en werk, gezondheid en vrije tijd - zijn vervuld, blijft er genoeg te klagen en te wensen over. In de afgelopen decennia waarin de welvaart sterk toenam werd bijvoorbeeld het beroep op de geestelijke gezondheidszorg steeds groter: minder pijn in de portemonnee, meer pijn aan de ziel.

Niettemin blijkt uit meerdere onderzoeken dat het merendeel van de bewoners van de westerse wereld zichzelf als gelukkig beschouwt. In de recente studie van het Sociaal Cultureel Planbureau naar de sociale staat van Nederland gaat het zelfs om 90% van de bevolking. Een percentage dat overeenkomt met de bevindingen van Ruut Veenhoven die zich jaren heeft beziggehouden met cross-cultureel onderzoek naar het verband tussen geluksbeleving en leefomstandigheden.

Wat betekenen deze opmerkelijk hoge uitkomsten? Vanzelfsprekend niet dat verdriet, pijn, gemis, onbehagen uit de levens van de meeste mensen zouden zijn verdwenen. Het volgen van het dagelijkse nieuws, maar ook het gadeslaan van het winkelende publiek op een willekeurige zaterdag leren anders. Is het voor het genieten van het eigen geluk overigens vaak niet beter dat je dat nieuws even 'buiten de deur houdt'? En duidt de ongebreidelde kooplust op levenslust, of is ze er juist een armzalig surrogaat voor?

Wat wel in deze cijfers tot uitdrukking wordt gebracht is een opvatting van geluk als de positieve overall waardering die iemand van zijn leven geeft - een waardering die afhangt van de mate waarin de persoon vindt dat zijn verlangens en aspiraties vervuld zijn, dus tevreden is, én van de mate waarin hij aan zijn leven genoegen beleeft. Zo'n positieve waardering sluit negatieve, ongelukkige ervaringen niet uit. Je kunt het eigen bestaan desgevraagd het rapportcijfer 'goed' geven ook al vind je het soms of op sommige punten toch 'onvoldoende'. Het is overigens goed mogelijk dat de twee elementen van de waardering niet parallel lopen. Er zijn mensen die zich doorgaans 'prima' voelen ondanks het ongelukkige besef dat hun leven niet (geheel) beantwoordt aan hun diepste wensen. Er zijn er ook die zelfs bij het welslagen van hun grootste aspiraties in emotioneel opzicht niet of nauwelijks gelukkiger worden.

Hoe dan ook, het Verlichtingsproject lijkt grotendeels geslaagd. Het is empirisch bewezen en gemeten: de belofte van geluk is waargemaakt voor grote groepen mensen. Kritische bedenkingen bij dit succes, en vooral bij de geluksopvatting die eraan ten grondslag ligt, zijn echter op hun plaats. Is het bijvoorbeeld wel terecht te menen dat het louter subjectieve oordeel van het eigen leven bepalend is of iemand al dan niet gelukkig is? Is zichzelf gelukkig vinden hetzelfde als gelukkig zijn? Stel: een man ontleent de positieve waardering van zijn leven onder meer aan zijn 'gelukkige' huwelijk. Onderwijl wordt hij al jaren onwetend bedrogen door zijn vrouw. Is hij dan echt gelukkig? Nee, zijn geluk berust op een illusie. Echt geluk vereist ook dat het leven daadwerkelijk beantwoordt aan bepaalde (persoonlijke) maatstaven. Hoe gelukkig de man zich ook voelt, we zouden niet in zijn schoenen willen staan.

Dit voorbeeld roept meteen een tweede vraag op. Gaat het de mens eigenlijk wel om het geluk als zodanig? Is de suggestie dat al zijn verlangens in het teken van zijn geluk staan niet vals? Wat de man op de eerste plaats verlangt is dat hij zijn vrouw kan vertrouwen en dat ze echt van hem houdt. Dat verlangen heeft zijn eigen waarde, die onafhankelijk is van het eventuele geluk dat met deze liefde samenhangt. De man zou dan ook niet willen dat zijn vrouw, in de poging om hem niet ongelukkig te maken, maar 'doet alsof'. Juist dat zou hem pas echt ongelukkig maken. Waarheid, trouw en liefde staan hier boven het geluk. Ze zijn geen middelen voor het doel 'geluk', maar waarden die omwille van henzelf gekoesterd worden.

Ook bij het in de Verlichting opgekomen en nog steeds levende optimisme dat geluk simpelweg door de inzet van de juiste middelen en de vervulling van de juiste voorwaarden bereikt kan worden, moeten kanttekeningen geplaatst worden. Het idee van een maakbaar geluk leidt niet alleen tot overspannen verwachtingen (en een soort permanente ontevredenheid zolang die verwachtingen niet zijn ingelost) maar doet ook geen recht aan de ervaring dat echt geluk zich juist vaak niets aan trekt van planning, inspanning en instrumenteel denken. In onze sociale dwang om het geluk te 'grijpen' (daarbij geholpen door een vloed aan consumententips) vergeten we maar al te gauw dat geluk zich meestal niet laat afdwingen en dat het er juist is als we het niet verwachten. Misschien kunnen we pas het meest gelukkig zijn als we er niet te doelbewust mee bezig zijn om het te worden. Het heeft iets aanmatigends om een op zich begrijpelijk geluksverlangen nadrukkelijk te vertalen in een direct streven naar en een recht op geluk (Men herinnere zich de dwaze jaren-zestig kreet 'Wij eisen geluk.') Zoals een kind in de meest wezenlijke zin niet gemaakt wordt maar gekregen, zo is de ervaring van geluk uiteindelijk geen op afroep beschikbaar product maar een geschenk. Gelukkig zijn is ook altijd een kwestie van geluk hebben.

We moeten ons daarom niet blindstaren op de prachtige statistieken van het geluk. Niet alleen omdat die hoge percentages veel verborgen menselijk leed aan het oog onttrekken, maar ook en vooral omdat in het empirisch meetbare en vergelijkbare de poëzie van het geluk verloren gaat. Het unieke, ongrijpbare en raadselachtige van het ware geluk - een geluk dat hoort bij specifieke momenten en plaatsen en dat komt en gaat, ja dat alleen maar kan bestaan bij de gratie van het voorbijgaan. Het geluk dat weerklinkt in de onsterfelijke regels van J.C. Bloem: Verregend, op een miezerige morgen,/ Domweg gelukkig in de Dapperstraat of dat als herinnering aan een fietstocht ten zuiden van Toulouse voortleeft.