Homepage van Cyril Lansink

Direct naar inhoud

Menu
Home
Freelansink
Cyril Lansink
Contact
Cyril Lansink
cyril.lansink@hetnet.nl
Teksten
boekrecensies
de fiets
essays/artikelen
kindergedichten
taalkruimels
weblog
interviews

De openbaring van verveling

Een venster op de oneindige tijd

Een vrije avond. Het kind ligt al op bed, de afwas is gedaan, vrouwlief is op pad. Geen deadlines in het verschiet. Even roept de plicht niet. Ik heb alle tijd voor mezelf, zoals zo dat zo mooi modern heet. Tijd voor een goed boek, voor een brief aan een verre vriend, of voor de documentaire op tv. Maar dan gaat er iets ‘mis'. Ik begin te lezen maar de zinnen beklijven niet, ik staar naar het lege vel papier en kom niet verder dan ‘beste G.'. En als ik dan toch maar naar de afstandsbediening grijp dan blijkt ook de documentaire niet aan mij besteed: ik ontpop me snel tot homo zappens. Van nieuwsbeelden uit Irak (gaap) naar een videoclip met veel deinende billen en borsten, van gewichtig pratende politici naar de herhaalde beelden van een totaal onbetekenende voetbalwedstrijd.

Daar gaat de avond. De uren verstrijken en wat ik ook probeer ik krijg die gast die zich tussen mij en mezelf op de bank heeft genesteld niet weg. Die vervelende gast die verveling heet. Lusteloos en misnoegd ga ik naar bed, moe zonder moe te zijn en met een zucht wens ik mezelf toe: morgen gezond weer op. Net voordat ik eindelijk toch de slaap weet te vatten, denk ik: misschien moet ik er, als ik er zin in krijg, maar eens een artikel over schrijven...

Bij deze dus. Schrijven over de verveling - het is niet de minste manier om de verveling op afstand te houden!

Verveling maakt wezenlijk deel uit van het leven. Al zullen mensen die in de hectiek van alle dag van hot naar her rennen, en ‘druk druk druk' van de ene bezigheid in de andere tuimelen, misschien zeggen dat ze er geen tijd voor hebben. Dat neemt niet weg dat de ervaring bekend is: dat zeurende onbehagen, dat gevoel van lusteloosheid en apathie dat iemand in beslag kan nemen wanneer de werkelijkheid nietszeggend is geworden. Niets-zeggend, dat wil zeggen er is niets meer dat aanspreekt en boeit, dat als zinvol verschijnt. Zo opgevat is verveling een existentiële grondstemming die (voor zo lang het duurt) het gehele bestaan kleurt. Ze moet onderscheiden worden van en voert verder dan de ‘gewone verveling' die door iets bepaalds wordt veroorzaakt: een saai boek, het gezelschap op een receptie, geestdodend werk. Sla het boek dicht, verlaat de receptie, ga wat anders doen en deze verveling zal verdwenen zijn.

De existentiële verveling laat zich echter niet zo gemakkelijk verdrijven. Ze is namelijk niet verbonden met iets vervelends maar met het niets, met alles dat niets (van betekenis) is geworden. Terwijl de bron van de gewone verveling buiten de mens ligt, komt de existentiële verveling minstens ook van binnenuit, ze vindt haar oorsprong in de mens zelf. Het is niet omdat ik alleen nog saaie boeken in huis had dat ik niet tot lezen kwam. Het is niet omdat G. het niet meer waard was te schrijven dat ik geen letter op papier kreeg.

Terwijl iemand zich gewoon kan vervelen omdat hij (even) niets (anders) te doen heeft - bijvoorbeeld als hij ergens onverwachts lang moet wachten -, is er voor de existentieel verveelde vaak juist van alles te doen ... alleen hij komt tot niets (substantieels). Verveling staat of valt niet met een gebrek aan keuzemogelijkheden, sterker: juist de veelheid aan keuzes kan iemand verlammen en onverschillig maken. Als alles mogelijk is, waarom je dan nog door iets laten binden? Getuigt dat niet van willekeur? Hoewel onze samenleving een ongekende hoeveelheid interessants te bieden heeft, leidt dat geenszins tot minder verveling onder haar burgers. Misschien is al dat ‘interessante' dat nooit meer dan interessant wordt, veeleer een teken of een symptoom van de moderne verveling dan een uitweg ervoor. Zoals volgestouwde kamers met speelgoed eerder verwijzen naar het onvermogen van kinderen om nog echt te spelen dan naar hun zin erin.

Verveling is niet hetzelfde als ledigheid. De verliefde jongen die rusteloos wacht tot zijn meisje op komt dagen of de vrouw die mijmerend naar de vlammen in het haardvuur kijkt, vervelen zich niet, hoewel ze strikt genomen niets doen. Niet dat de tijd leeg van bezigheden is, is bepalend, maar dat ze leeg van betekenis is geworden. Dat een heftige verliefdheid er voor kan zorgen dat er niets meer uit je handen komt, is bekend, maar dat impliceert nog geen verveling; integendeel, elk moment is juist vol van betekenis, ook als zij je laat wachten.

In de verveling is de normale verhouding tussen de mens en de werkelijkheid verstoord. Leven betekent onderscheid maken, kiezen tussen wat wel en niet voor jou van belang is, zin en betekenis geven aan de dingen en ze zo uit te tillen boven de voortstromende tijd die als een rivier alles, zonder uitzondering, met zich meevoert. In de verveling is dit onderscheidingsvermogen ondermijnd, niets maakt nog verschil, betekenissen lossen op in onbeduidendheid.

De echte verveling is dus veel meer dan een vluchtig onaangenaam gevoel. Ze is de pijnlijke gewaarwording van de leegte in een bestaan dat anders zo vol (van zichzelf) kan zijn. Of zoals de Amerikaans-Russische schrijver Joseph Brodsky het in een toespraak tot studenten uitdrukte, ze is ‘de geestelijke Sahara die in je eigen slaapkamer begint en van geen horizon weten wil'.

Daarmee is de verveling een confronterende ervaring: ze werpt de mens op zichzelf terug, want ze ontneemt hem zijn houvast in de wereld. De verveling doet het leven stokken, ze plaatst de mens terzijde van wat hem anders in beslag neemt. Terwijl alles van betekenis wijkt, dringt de tijd zich op de voorgrond. De tijd wordt eindeloos lang - Lange-weile is het Duitse woord voor verveling. Opeens toont het leven zich in een ontluisterende gedaante: het is niets meer dan tijdverdrijf. In de verveling wordt iemand als het ware gedwongen om het perspectief van de tijd zelf in te nemen, de oneindige tijd die de eindige mens met al zijn belangwekkende bezigheden ‘op zijn plaats zet'.

Hoe nu deze stemming te waarderen? Hoe om te gaan met deze ervaring van onbehagen, met deze duizeling die de mens bevangt als hij langs de afgrond van het niets loopt en zijn blik naar beneden wordt gezogen? De meest voor de hand liggende reactie is de vlucht vooruit: er alles aan doen om die ervaring weg te houden of zo snel mogelijk kwijt te raken als ze zich aandient. We zoeken afleiding - het heet niet voor niets zo. Pascal zegt het in zijn Pensées als volgt: ‘Het enige goed van de mensen bestaat er dus in afgeleid te worden van het denken aan hun situatie, hetzij door een bezigheid die hen daarvan afbrengt, hetzij door een of andere aangename nieuwe passie waardoor ze beheerst worden: het spel, de jacht, een fascinerend schouwspel, kortom, door wat men verstrooiing noemt.'

Meer dan vier eeuwen later heeft deze gedachte niets aan actualiteit ingeboet. De mogelijkheden tot verstrooiing zijn alleen maar groter geworden. De amusementsindustrie, de vlucht van het toerisme, technische gadgets, hypes en idolen, overspel en drugs - de moderne mens heeft ontelbare manieren om zich te vermaken en zo zijn diepe verveling het hoofd te bieden. In zijn niet aflatende zoektocht naar het nieuwe hoeft hij niet teleurgesteld te worden: er is altijd wel weer iets anders dat zijn aandacht voor even vast kan houden of zijn verlangen kan kietelen.

De vraag is echter of een zodanige verstrooiing, deze hang naar telkens andere uitwendige prikkels wel werkelijk een uitweg is uit de verveling. Vormt ze niet veeleer de pendant ervan? Ook het nieuwe word je beu, het is al gauw niet nieuw meer. Het bezit van de zaak is het eind van het vermaak, luidt een oude wijsheid. Dat is het manco van iedereen die van verlangen naar verlangen leeft; elke bevrediging brengt je uiteindelijk niet verder dan waar je begon, totdat je beseft dat ondanks al het nieuwe, ondanks alle veranderingen er wezenlijk niets veranderd is, en de verveling als een roofdier op zijn prooi nog steeds geduldig te wachten ligt. Verstrooiing is een uitwendig medicijn voor een innerlijke kwaal, het is het cosmetisch afdekken van de ziel die zich geen raad weet met zichzelf.

Maar er is ook een andere houding mogelijk tegenover de diepe verveling. In plaats van ervoor weg te lopen, kunnen we haar ook werkelijk toelaten en onder ogen zien. ‘Laat je erdoor neerdrukken, ga tot op de bodem van het dal', raadt Brodsky zijn studenten zelfs aan. Niet uit masochistische motieven maar vanwege het feit dat verveling de mens iets wezenlijks over zichzelf duidelijk maakt. Ze is niet alleen ontluisterend maar ook openbarend, ze is een ‘venster op de oneindige tijd' en biedt aldus een scherp zicht op de mens in zijn eindigheid, nietigheid en onbeduidendheid.

Dat zicht, dat inzicht hoeft ons niet te neer te slaan. Integendeel. Het besef van eindigheid is immers ook de voorwaarde om echt te kunnen voelen - vreugde en angst, spijt en verdriet, erbarmen en verantwoordelijkheid. Kortom, alles wat een mensenleven menselijk maakt. Wij hoeven de eeuwige goden niet te benijden: zij sterven niet, zelfs niet van verveling, maar moeten daarom ook de existentiële intensiteit missen waarmee mensen zich in de wereld een plaats verwerven.

De verveling zegt, met Prediker, ‘de toekomst herhaalt het verleden, de daden der mensen herhalen zichzelf, en nieuw is er niets onder de zon.' Maar wie goed luistert, hoort achter deze woorden ook nog een andere boodschap: ‘wees niet bang voor de herhaling, daarin schuilt ook de verantwoordelijkheid van de mens, om zijn leven en wat hem daarin te doen staat steeds als nieuw onder de zon te laten verschijnen.'

In de morgen wordt het kind wakker, en net als vele andere keren til ik het uit bed. ‘Mama kijken', zegt het, en ook dat is niet voor het eerst. We gaan, getweeën, naar de andere kamer. Zonder een spoor van verveling achter te laten.

Verschenen in Volzin 19, 2004