Homepage van Cyril Lansink

Direct naar inhoud

Menu
Home
Freelansink
Cyril Lansink
Contact
Cyril Lansink
cyril.lansink@hetnet.nl
Teksten
boekrecensies
de fiets
essays/artikelen
kindergedichten
taalkruimels
weblog
interviews

Musicofilia

Sacks Musicofilia (545 x 837) (179 x 276)Na een verwoestende hersenontsteking moest Clive Wearing, een Engels musicoloog, verder leven in een staat van complete amnesie. Alles wat hij zag, zei en deed, vergat hij terstond. Elke binding met zijn verleden, hoe recent ook, had hij verloren. Hij zat opgesloten in een reeks telkens veranderende betekenisloze momenten. Twee ontsnappingsroutes restten hem: de liefde van zijn vrouw én de muziek. Zijn muzikale vermogens en geheugen waren, opvallend genoeg, intact gebleven. Spelend en zingend, voortgedreven door de stuwkracht van toon en melodie, werd zijn ontreddering voor even opgeschort.

Wearing, een man zonder innerlijke identiteit, is een van de vele ‘gevallen' die neuroloog-schrijver Oliver Sacks met veel empathie opvoert in zijn nieuwe boek dat gaat over de relatie tussen muziek en het brein. Zijn verwondering betreft het gegeven dat muziek, deze meest abstracte vorm van kunst, die niets uitbeeldt - een taal die geen woorden nodig heeft - van zo'n groot belang is in het menselijk leven. Muziek ‘werkt' op ons in - maar hoe? Wat is de neurale grondslag van de muzikaliteit, van het vermogen om klanken als muziek waar te nemen? Hoe zijn de structurele aspecten van muziek (toon, ritme, melodie) verankerd in de hersenen? En waar ‘zit' de emotie die zo nadrukkelijk verbonden is met het horen van muziek?

Muzikaliteit is iets vanzelfsprekends en tegelijk iets raadselachtigs. Aan de hand van de ervaringen van mensen met een neurologische aandoening schetst Sacks een rijkgeschakeerd beeld van die dubbelheid. De weg naar het ogenschijnlijk normale loopt langs het pathologische. In de vele mogelijke verstoringen in het vermogen van mensen om muziek te horen weerspiegelt zich het complexe spectrum van de muzikaliteit, en de ingewikkelde fysiologische gelaagdheid ervan. Amusie is een veelkoppig monster: het kan ervoor zorgen dat de mens alleen nog maar klanken hoort waar een melodie zou moeten zijn; het kan de vorm aannemen van muzikale hallucinaties maar ook van totale ongevoeligheid, zoals bij mensen met het syndroom van Asperger.

Het tweede gedeelte van Sacks' boek is minstens zo boeiend. Nu gaat het niet meer om neurologische aandoeningen die muzikaal van aard zijn, maar om de wijze waarop muziek mensen met hersenbeschadigingen helpt om, al is het maar tijdelijk of gedeeltelijk, hun ‘ik' te hervinden. Sacks beschrijft, op nuchtere maar ook ontroerende wijze, hoe muziektherapie sommige afasiepatiënten weer tot spreken kan bewegen en mensen die lijden aan Parkinson uit hun lichamelijke verstarring kan halen. Hij vertelt aangrijpend over het belang van muziek voor bejaarden die eenzaam gevangen zitten in hun dementie. Muziek blijkt een sleutel te zijn tot hun emotionele geheugen en is als zodanig in staat hen terug te brengen bij zichzelf en anderen.

Het is goed dit soort zaken te beseffen als we weer eens achteloos de radio aanzetten, op zoek naar wat muzikaal behang in de ruimte van ons al te vanzelfsprekende bestaan.

Oliver Sacks, Musicofilia. Eerder in een (nog) kortere versie verschenen in Intermediair 2007, 43.