Homepage van Cyril Lansink

Direct naar inhoud

Menu
Home
Freelansink
Cyril Lansink
Contact
Cyril Lansink
cyril.lansink@hetnet.nl
Teksten
boekrecensies
de fiets
essays/artikelen
kindergedichten
taalkruimels
weblog
interviews

Verslaafd aan geluk

De mens verlangt naar geluk. Niets natuurlijker dan dat. Van oudsher wordt het gezien als het uiteindelijke doel van onze strevingen en activiteiten. Het heeft dan ook iets uitdagends als iemand een boek schrijft met de titel Against Happiness. Hoe kun je nu tegen geluk zijn, als het zo evident is dat het tot de basisbehoeften van de mens behoort?

Het antwoord schuilt in de vorm van geluk waar de auteur, de Amerikaanse hoogleraar Engelse letterkunde Eric Wilson, aanstoot aan neemt. Volgens hem is geluk in de moderne - met name Amerikaanse - samenleving verworden tot een pijnloos welbehagen, passieve tevredenheid en oppervlakkig, voorspelbaar gemak. Tegen geluk zijn betekent voor hemtegen een cultuur zijn die zich presenteert als consumentenparadijs en die er alles aan doet om het onverkwikkelijke en het tragische weg te poetsen, de rimpels glad te strijken en te vergeten dat we sterfelijke wezens zijn. Wilson constateert met afschuw dat het gros van zijn landgenoten verslaafd is geraakt aan dit geluk - het geluk van de aangeharkte tuintjes, van de happy meals en de eeuwige smileys.

Op bewogen wijze - maar ook nogal voorspelbaar en karikaturaal - geeft de auteur lucht aan zijn cultuurkritiek. Maar daarmee overtuigt zijn alternatief voor een leven gericht op instantbevrediging nog niet. Tegenover de gewraakte gelukkige types plaatst hij de melancholieke mens. Deze laatste beseft dat echte vreugde het verdriet in zich draagt, en dat er een verband is tussen schoonheid en vergankelijkheid. Maar Wilson gaat in zijn apologie van de somberheid veel verder. Er is geen andere weg tot authentiek geluk dan zwaarmoedigheid, zo suggereert hij. Zonder omarming van het verdriet geen diepgang. ‘Ongeluk maakt ons creatief.' ‘Mensen moeten lijden voor schoonheid.' In hoogdravende taal verlustigt hij zich in alles wat smerig, duister, zwaar, destructief, onzeker en tegenstrijdig is. De rottende boom in zijn tuin is mooier dan de middagzon.

Het is dan ook niet toevallig dat de helden waaraan hij zijn betoog ophangt vrijwel allemaal gekwelde romantische kunstenaars zijn. Coleridge, Keats, Beethoven, of recenter Joni Mitchell en John Lennon, belichamen het levensgevoel dat Wilson koestert. Mensen die uit triestheid, ellende en onrust kunstwerken peuren, zouden het voorbeeld bij uitstek vormen voor ons die willen ontsnappen aan het goedkope, laffe geluk dat reclame en vakantiefolders beloven. Hoe reëel is dat? Wat weggelegd is voor een paar scheppende geesten is voor gewone stervelingen helemaal geen ideaal. Maar dat betekent toch niet dat ze gedoemd zijn om in de oppervlakkigheid van voorgekookte geluksverlangens te blijven steken?

Er mag waarheid zitten in de melancholie, maar dan hoef je er nog niet mee te dwepen. Anders blijft de lezer, die niets op heeft met geestloos geluk maar ook niet behept is met de vruchtbare droefenis van de romanticus, met lege handen achter.

Eric Wilson, Verslaafd aan geluk