Homepage van Cyril Lansink

Direct naar inhoud

Menu
Home
Freelansink
Cyril Lansink
Contact
Cyril Lansink
cyril.lansink@hetnet.nl
Teksten
boekrecensies
de fiets
essays/artikelen
kindergedichten
taalkruimels
weblog
interviews

De bij


De mens heeft over het algemeen niet veel op met insecten. Afkeer of onverschilligheid is hun deel. Mieren, spinnen, wespen, muggen, kakkerlakken, fruitvliegjes - alleen een aantal biologen zal er zijn hart aan ophalen. Naast de vlinder met zijn kortstondige etherische schoonheid vormt de bij een belangrijke uitzondering. Sterker, weinig dieren hebben in de loop van de geschiedenis zo'n veelzijdige betekenis voor de mens gehad als dit zoemende schepsel der natuur.

Aldus Bee Wilson - what's in a name - in haar fraaie studie over de bij waarvan de Nederlandse vertaling bij - hoe kan het anders - uitgeverij De Bezige Bij is verschenen. Kwistig gebruikmakend van een rijkdom aan historische bronnen beschrijft zij de rol die de bij vanaf de vroegste tijden in de cultuur heeft gespeeld.

Dat ze daarbij veel aandacht besteedt aan de bij als honingmaker en producent van was (de grondstof voor kaarsen) ligt voor de hand. Zonder deze basale functies (voedsel- en lichtbron) was de ‘innige' relatie van mens en bij waarschijnlijk niet van de grond gekomen. Bij de bij valt wat te halen: in deze banale constatering zit voor een deel de verklaring voor de grote interesse van de mens voor dit insect.

Voor een deel. Want wat Wilsons cultuurgeschiedenis vooral zo interessant maakt is dat ze de veelgelaagde symbolische betekenis van de bij laat zien. Het werklustige, sociale diertje blijkt op vele manieren gefunctioneerd te hebben als voorbeeld en rolmodel voor de mens. ‘Bijen bestuderen is een manier om onszelf te bestuderen.' Kijkend naar de bij en zijn gemeenschap zag de mens zichzelf en zijn eigen samenleving weerspiegeld. Dat daarbij de natuurlijke werkelijkheid van die bijengemeenschap geweld werd aangedaan, was voor hem van minder belang. Weerspiegeling was eigenlijk projectie: de mens projecteerde zijn hoop en angst, zijn eigenschappen en waarden, zijn idealen en schrikbeelden op de bijensamenleving. Door de eeuwen heen (her)schiep hij de bij naar zijn beeld en gelijkenis. Bijenstudie is ook en vooral bijenmythologie.

Het is daarom minder vreemd als het lijkt dat de bijensamenleving bijna evenveel verschijningsvormen kent als de politiek bij de mens. Naargelang de tijd en plaats is de bijenkorf symbool geweest voor onder andere de monarchie (de bijenkoningin als absolute vorst), de aristocratie, de republiek, het communisme en zelfs het fascisme. Dat bijen helemaal niet aan politiek hoeven doen, omdat ze niet behept zijn met de eigenschappen (naijver, conflictgedrag) waarop een politieke samenleving is gebaseerd, werd daarbij steeds genegeerd.

Maar hoezeer de bij ook ‘vermenselijkt' wordt, ze blijft uiteindelijk deel van een natuurlijke orde die in al zijn raadselachtige doelmatigheid van de mens onafhankelijk blijft. Wilson beseft dat als geen ander: ‘We zijn net als stalkers: we geven meer om hen dan zij om ons. Het aloude motto over de nijvere bij luidt: We werken, maar niet voor onszelf. Eigenlijk zou het moeten luiden: Ze werken, maar niet voor ons.' De heerlijke honing ten spijt.

Bee Wilson, De Bij; Honingmaker, meesterarchitect en rolmodel, De Bezige Bij,ISBN 90234 15612. Eerder verschenen in Intermediair 13, 2005.